“Zijn wij niet allen kinderen van God”

Inleiding

Dit is een gastcolumn door Sietske Beiboer. Zij studeert hbo theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede en ze volgt een minor journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Zij schreef deze column voor AdRem, het studentenmagazine van de Christelijke Hogeschool Ede. Lees het svp in die context. De woordkeus ‘exentrieke mensen’ roept wellicht weerstand op, maar het gaat om de insteek van de totale tekst; die raakte mij in elk geval wel. Daarom wilde ik jullie deze column niet onthouden. Met toestemming van Sietske plaats ik ‘m hier.

“Zijn wij niet allen kinderen van God”

Tekst: Sietske Beiboer

Tegenwoordig volg ik een minor Journalistiek waardoor ik interviews mag hebben met excentrieke mensen. De gesprekken herinneren me eraan dat ik zo weinig weet en laten me een noodzaak voelen om hetgene wat ik wel geloof met jullie te delen.

Het is zondagochtend. Ik ben bij mijn ouders thuis. Het huis vult zich met vrolijke melodieën. Zelfs in het kleinste kamertje zing ik erop los. “God help het uitschot het vuil van de staat, schenk de genade die hier niet bestaat.” Het zijn de fenomenale woorden van Esmeralda, uit de Disneyklassieker De Klokkenluider van de Notre Dame, die door de speakers galmen. – Nee, hier schaam ik me niet voor. – Het lied eindigt met een cruciale vraag: “Zijn wij niet allen kinderen van God?”

Polyamorie

Die middag interview ik Benny en Johnny, ze hebben een polyamoreuze levensstijl. Ze zijn getrouwd en daarnaast heeft Benny nog een liefdesrelatie met een andere man. Het moeilijkste aan hun relatievorm – waarbinnen eerlijkheid en respect voor elkaars autonomie belangrijk zijn – vinden ze het omgaan met de oordelen van mensen. “Ik heb al jaren mijn verjaardag niet gevierd, omdat mijn ouders niet met mijn vriend in een kamer willen verblijven.” Aldus Benny, die gelooft dat polyamorie een uiting van haar persoonlijkheid is. Benny is opgevoed in een gereformeerd gezin. Zij en haar man zijn lid van het Apostolisch Genootschap. Johnny en Benny ervaren dat ze hier zichzelf mogen zijn en het geloof in praktijk wordt gebracht. Helaas ziet haar moeder het als een oppervlakkig geloof. Ik durfde niet te vragen tot hoever de reactie van haar familieleden verband heeft met hun religieuze achtergrond, maar ik vrees het ergste.

Homoseksualiteit

De ontmoeting deed me denken aan Ennio die ik een paar weken terug interviewde. Een 26-jarige dansleraar die, nadat hij uit de kast kwam, voor dwaalleraar werd uitgemaakt. Die danste op allerlei christelijke evenementen en daar nu niet meer aan mee mag werken. Een man die opgroeide in de Evangelische kerk en kinderen tijdens zijn dansles vertelt over de geboorte van Jezus. Een man die voormalig prostituees leert dansen. Een man die tien jaar lang een relatie met een vrouw had, omdat hij dacht dat God dit van hem vroeg. Een man die zich verslagen en leeg neer wilde leggen bij Gods plan – het plan waarin hij nooit een relatie met een man zou kunnen hebben. Een man die op dat moment de gedachte ‘ik wil gewoon betrokken worden in je leven’ kreeg.

Die ene mens

Wanneer ik naar deze twee verhalen kijk zie ik iets. Ik zie drie mensen, die hun leven zo goed mogelijk proberen in te vullen. Mensen die hun moralen, die bij alle drie in de kerk zijn gevormd, proberen te volgen. Mensen die niet weglopen voor moeilijke vragen. Mensen van wie ik, en wij allemaal, veel kunnen leren. Mensen die ons spiegelen. Net als die ene mens. Mensen die een beroep doen op onze liefde. Net als die ene mens. Die ene mens die ons leerde “Heb God lief boven al en je naaste als jezelf” die ene mens die ons leerde “Oordeel niet opdat u niet geoordeeld wordt”. Die ene mens die tegen de heersende religieuze opinie in ging. Die ene mens die religieuze leiders uitschold voor huichelaars. Die ene mens die hen vertelde dat ze de weg naar het Koninkrijk van God voor henzelf en anderen belemmerden.

Verandering

Wat zou Jezus nu zeggen tegen ons? Tegen jou, degene die dit nu leest? Wat zou hij zeggen in deze tijd die aan veel verandering onderhevig is geweest? Waar het huwelijk destijds vooral een praktische verbintenis was voor mensen die “brandden van begeerte” of een boerderij wilden samenvoegen, is het na de 17e eeuw de norm geworden dat een huwelijk vanuit liefde wordt gesloten en zijn tegenwoordig ook polyamoreuze of homoseksuele relaties mogelijk. Ik weet niet wat Jezus nu zou zeggen. Toch denk ik dat hij al dat gedoe over seksualiteit minder belangrijk vindt dan hetgene waar hij meerdere malen over spreekt.

In de avond spookt het lied weer door mijn hoofd. De vraag “Zijn wij niet allen kinderen van God?” komt terug. Ja, dit geloof ik, mijn medemens is even geliefd als ikzelf. Mijn Vader en niet mijn broers of zussen maken uit wie er gelijk heeft wanneer we ruzie maken én “Heb lief” is de tegeltjesspreuk die in zijn huis aan de muur hangt. Terwijl de klok twaalf uur slaat zing ik het nog eens heel zachtjes, maar met volle overtuiging: “Zijn wij niet allen kinderen van God!”

2,983 totaal aantal vertoningen, 3 aantal vertoningen vandaag

Deel deze pagina: Share on Facebook47Share on Google+0Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

Geef een reactie